Medaille voor Menslievend Hulpbetoon

De Medaille voor Menslievend Hulpbetoon

Spoedig na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden ontstaat de gedachte om een beloningsmedaille in te stellen. De behoefte aan deze medaille komt voort uit de wens om personen te belonen die het landsbelang op een wetenschappelijke of culturele manier dienen. Op 26 juni 1817 wordt bij koninklijk besluit invulling gegeven aan deze wens en wordt een medaille, in de vorm van een legpenning, ingesteld.

Ondanks dat de medaille in eerste instantie is ingesteld voor de beloning van personen die een boek of kunstwerk van eigen hand aan de koning hebben geschonken, wordt in de loop van de tijd de toekenning steeds ruimer geïnterpreteerd. Zo groeit het gebruik uit naar beloning voor schenkingen, menslievende daden, uitvindingen, langdurige dienst als onderwijzer en scheepsjournalen. Ook de huidige museummedaille komt voort uit deze beloningspenning.

Een medaille voor edelmoedig en menslievend gedrag

Ondanks dat de medaille van 1817 vooral bedoeld is voor beloningen van culturele of wetenschappelijke aard, is deze medaille ook gebruikt als beloning voor mensenredders. In 1821 ontvangen drie Britse zeelieden een gouden medaille van 25 dukaten voor het redden van de stuurman van een Nederlands schip. Er ontstaat behoefte om naast de eerder ingestelde medaille ook over een onderscheiding te beschikken voor edelmoedig en menslievend gedrag. Een belangrijke aanleiding is het optreden van luitenant Alexander de Langle die, tevergeefs, met gevaar voor eigen leven de in een put gevallen sergeant La Gace probeerde te redden. Men is van mening dat het edelmoedig optreden van De Langle beloond zou moeten worden met een medaille zoals eerder aan de Engelse zeelieden is verleend. Een andere aanleiding is dat men op zoek is naar een kostenreductie aangezien mensenredders tot die tijd vaak een gouden of zilveren aandenken in de vorm van een horloge of tabaksdoos krijgen. In een brief van de minister van Binnenlandse Zaken valt te lezen dat het gebruik van medailles ook tot een bezuiniging kan leiden. Het uiteindelijke oordeel is dan ook dat het gebruik van de medaille voor het belonen van reddingen als doelmatig wordt beschouwd waarna men tot instelling overgaat. In het koninklijk besluit van 19 juni 1822 wordt bepaald dat bij een menslievende daad met kenmerken van moed, beleid en zelfopoffering een medaille wordt verleend. In ditzelfde besluit wordt ook geregeld dat luitenant De Langle een medaille toegekend krijgt en hij is daarmee de eerste persoon die volgens het besluit van 1822 met een medaille beloond wordt.

In totaal komen zes medailles ter beschikking, drie in goud en drie in zilver die respectievelijk op een stempel met de doorsnede van 67, 51 en 41 millimeter worden geslagen. Bij de verlening wordt, zoals het koninklijk besluit voorschrijft, vooral gebruik gemaakt van de zilveren medailles en slechts in bijzondere gevallen van gouden medailles. Op de voorzijde staat heb beeld van koning Willem I en op de keerzijde wordt, binnen een krans de naam van de ontvanger en de reden van verlening in geslagen. Oorspronkelijk was de voorzijde met een Latijns opschrift, maar dit is in 1823 veranderd toen voor dit doel speciaal stempels met de Nederlandse tekst zijn gemaakt.

Versimpeling onder koning Willem II

Koning Willem I doet in 1840 afstand van de troon ten gunste van zijn zoon, waarna op 28 november 1840 de inhuldigingsplechtigheid van de nieuwe koning plaatsvindt. Met de komst van koning Willem II wordt een aantal veranderingen doorgevoerd die te maken hebben met verleningen van beloningsmedailles. Zo wordt het aantal type medailles teruggebracht van zes naar twee, een gouden van 41 millimeter en een zilveren van 51 millimeter breed. Dit bleek toch te weinig mogelijkheden te geven voor de beloning van menslievende daden en daarom werd eind 1841 ook nog een bronzen medaille ingesteld waarbij ook de stempel van 51 millimeter werd gebruikt. Na het overlijden van koning Willem II op 17 maart 1849 wordt zijn zoon koning en zet deze traditie voort, voorlopig althans.

Een eenheidsmedaille voor menslievende hulp

Het aantal verleningen van medailles voor menslievende daden is vanaf het begin gering en wordt in de loop der jaren alleen maar minder. De verlening van de medailles voor menslievend hulpbetoon laat vaak lang op zich wachten doordat voor elke ontvanger een stempel met een persoonlijke tekst gemaakt moet worden. Dit leidt tot klachten en een discussie om de medaille in het vervolg als een eenheidsmodel, zonder persoonlijke tekst, uit te reiken. Naast een versnelling in het proces wordt hierdoor tegelijk een financiële besparing gerealiseerd. Bij koninklijk besluit van 22 september 1855 wordt de eenheidsmedaille vastgesteld met op de keerzijde de tekst ‘VOOR MENSCHLIEVEND HULPBETOON’. De ontvangers krijgen naast de medaille ook een getuigschrift waarop de menslievende daad beschreven wordt. Na instelling van het nieuwe type medaille stijgt het aantal verleningen sterk. Zo sterk zelfs dat in 1875 een nieuwe stempel gemaakt moet worden doordat de oude stempel versleten is.

De eenheidsmedaille geldt overigens niet voor de gouden verleningen. De enkeling die hiervoor in aanmerking komt krijgt ook na 1855 nog steeds een legpenning van 41 millimeter breed met een persoonlijke tekst op de keerzijde.

Met het overlijden van koning Willem III op 23 november 1890 wordt Wilhelmina op tienjarige leeftijd koningin met Emma als regentes. De voorzijde van de medaille voor menslievende daden worden in 1890 gewijzigd met de beeltenis van een jonge koningin.

Legpenningen worden draagmedailles

Eind negentiende eeuw ontstaat een grote wijziging bij de medailles voor menslievend hulpbetoon. De wens van ontvangers om de medaille zichtbaar te mogen dragen, bestaat al langer, maar pas bij koninklijk besluit van 24 mei 1897 wordt tegemoet gekomen aan deze wens. De medailles in de vorm van legpenningen worden vervangen door draagbare medailles van een kleiner formaat. In het begin droegen deze medaille het beeltenis van de Koningin, maar later is het model van de medaille gewijzigd en voorzien van een Charitas voorstelling. De medaille voor menslievend hulpbetoon wordt nog steeds verleend, zij het zeer sporadisch.

Bronnen:
Mulder, C.P. Een bewijs van goedkeuring en tevredenheid, 2005.
Biemans R.W.H. en Boetier H.M. Koninklijk bewijs van erkentelijkheid, 2019.