Het Koninkrijk der Nederlanden, 1815 - nu

Tussen 1813 en 1815 maakten het huidige Nederland, België en Luxemburg zich los uit het rijk van de Franse keizer Napoleon. Samen vormden Nederland en België het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, geregeerd door koning Willem I. De koning was tegelijkertijd groothertog van Luxemburg.

Op 18 juni 1815 werd Napoleon Bonaparte in de slag bij Waterloo definitief verslagen. Het leverde Willem I en zijn Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in heel Europa veel prestige op: Napoleon was op Nederlands grondgebied verslagen en de kroonprins, die in de slag gewond was geraakt, had zijn eigen bloed voor die overwinning vergoten.

Maar op den duur groeide in de zuidelijke Nederlanden de onvrede: eind augustus 1830 braken in Brussel ongeregeldheden uit die ertoe leiden dat België onafhankelijk werd en er een einde kwam aan het Verenigd Koninkrijk. Na het overlijden van koning Willem III in 1890 zouden ook Nederland en Luxemburg gescheiden wegen gaan.

De Militaire Willems-Orde

Twee maanden nadat Napoleon in maart 1815 onverwachts vanuit zijn ballingsoord Elba in Frankrijk was teruggekeerd, stichtte koning Willem I de Militaire Willems-Orde. De orde was bedoeld ter beloning van dapperheid en heeft als motto voor moed, beleid en trouw. Deze woorden staan ook op het ordeteken zelf. Sinds 1815 werden meer dan 6.000 dappere vaderlanders in de orde benoemd: voor de slag bij Waterloo in 1815, voor deelname aan de strijd tijdens de Opstand in het huidige België, in Nederlands-Indië en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Sinds 1955 is de orde slechts vier maal uitgereikt: in 2006 aan de Eerste Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade, in 2009 aan kapitein Marco Kroon, in 2014 aan majoor Gijs Tuinman en in 2016 aan het Korps Commandotroepen.

De Militaire Willems-Orde telt vier klassen: grootkruis, commandeur, ridder 3de klasse en ridder 4de klasse. In het ordeversiersel zijn de vuurslag en het groene Sint Andreaskruis verwerkt, symbolen van de door de Bourgondische hertog Filips de Goede gestichte Orde van het Gulden Vlies.

verwerkt, de vuurslag en het groene Sint Andreaskruis. Als koning van Nederland en België en groothertog van Luxemburg beschouwde Willem I zichzelf als erfopvolger van de Bourgondische hertogen.

De Orde van de Nederlandse Leeuw

In september 1815 stichtte koning Willem I ook een orde voor burgerlijke verdiensten, de Orde van de Nederlandse Leeuw. Daarmee beschikte het koninkrijk over een instrument om bekwame en betrouwbare mensen te belonen die in de verschillende overheidsinstellingen dienden. De nieuwe ridderorde bond de bestuurlijke elite aan vorst en vaderland. Een band die duidelijk tot uiting komt in het ordeversiersel met het koninklijke monogram, de Nederlandse leeuw en het Nassau-blauwe lint met de oranje banen. Het motto VIRTUS NOBILITAT (‘deugd adelt’) maakt duidelijk dat de orderidders zich niet langer door geboorte en afkomst, maar door persoonlijke verdiensten onderscheiden.

De Orde van de Nederlandse Leeuw telt drie klassen: grootkruis, commandeur en ridder. Vroeger was aan de orde ook een broedermedaille verbonden, bedoeld voor personen die zich ‘door nuttige daden, door zelf-opoffering of door andere blijken van mensenliefde’ verdienstelijk hadden gemaakt. Tegenwoordig is de Orde van de Nederlandse Leeuw de hoogste civiele orde, bedoeld ter beloning van persoonlijke bijzondere verdiensten van zeer exceptionele aard jegens de samenleving.

De Orde van de Eikenkroon

Van 1815 tot 1890 waren de Nederlandse koningen tevens groothertog van Luxemburg. In die hoedanigheid stichtte koning Willem II op 29 december 1841 de Orde van de Eikenkroon.

De grondwet van Thorbecke van 1848 introduceerde het principe van ministeriële verantwoordelijkheid. De nieuwe grondwet had ingrijpende gevolgen voor het decoratiestelsel: het was de koning niet langer mogelijk om zonder instemming van de verantwoordelijke minister een Nederlandse ridderorde toe te kennen. Dat gold niet voor de van origine Luxemburgse Orde van de Eikenkroon, waarmee de koning naar believen Nederlandse onderdanen decoreerde.

Oorspronkelijk kende de Orde van de Eikenkroon vier klassen: grootkruis, ridder met ster, commandeur en ridder. Ook was aan de orde een eremedaille in goud, zilver en brons verbonden. In 1858 werd hieraan nog een klasse van officier toegevoegd.

Toen koning Willem III op 23 november 1890 overleed, werd hij in Nederland opgevolgd door zijn enige dochter, Wilhelmina, terwijl in Luxemburg Adolf van Nassau als groothertog aantrad. Na 1890 bleef de Orde van de Eikenkroon als een zuiver Luxemburgse onderscheiding voortbestaan. Alleen de volgorde van de kleuren van het lint werd veranderd.

De Orde van Oranje-Nassau

Na het uiteenvallen van de personele unie met Luxemburg in 1890 verviel voor de Nederlandse vorst de mogelijkheid om de Orde van de Eikenkroon uit te reiken. Tussen 1841 en 1891 was deze van origine Luxemburgse orde uitgegroeid tot een belangrijke pijler van het Nederlandse decoratiestelsel. Ter vervanging stichtte koningin-regentesse Emma bij wet van 4 april 1892 de Orde van Oranje-Nassau ter beloning van Onze onderdanen of vreemdelingen, die zich jegens Ons en den staat of jegens de Maatschappij op bijzondere wijze hebben verdienstelijk gemaakt.

Oorspronkelijk telde de orde vijf klassen en eremedailles in goud, zilver en brons. De medailles waren bedoeld om ook leden van lagere sociale klassen te kunnen decoreren. De Orde van Oranje-Nassau kent aparte versierselen voor militairen en burgers. Sinds 1996 worden de eremedailles niet langer uitgereikt en werd een nieuwe graad van lid of ridder 6de klasse ingesteld.

Tegenwoordig wordt de orde uitgereikt aan personen die zich langdurig voor de samenleving inzetten. De Orde van Oranje-Nassau is de orde die het meest wordt verleend.